Tips voor betere foto's:
Tip 1: Gooi heel veel weg !
De meeste amateur fotografen klikken maar raak en hebben dan na een dag fotograferen een paar honderd foto’s gemaakt. Wanneer ze thuiskomen koppelen ze de camera aan hun computer en uploaden maar. Op die manier hebben velen een harde schijf vol fotobestanden waar ze zelden of nooit wat mee doen.Het is handig om een eerste selectie te maken en alleen de bestanden te uploaden of te bewaren die technisch en kwalitatief aan bepaalde eisen voldoen.Let op de volgende dingen:Scherp of onscherp
Goed belicht of slecht belicht
Bewogen of niet bewogenOnscherpe, slecht belichtte en bewogen foto’s kan je over het algemeen gelijk in het digitale prullebakje gooien. Dan hou je alleen nog foto’s over die technisch goed zijn.Daarna kan je naar de kwaliteit van de foto’s kijken.Staat het onderwerp er goed op ?
Vindt ik de uitsnede mooi of kan ik dit nog digitaal wijzigen ?Bij portretten kijk je of de ogen niet dicht zijn of dat de gelaatsuitdrukking wel gewenst is.
Een veel gemaakte fout is dat er op te grote afstand iets wordt gefotografeerd, waardoor het onderwerp er heel klein of onduidelijk op staat.Dus kritisch naar je foto’s kijken en niet bang zijn om deze ook in je digitale prullebakje te laten verdwijnen.
Tip 2: Flitsen in de natuur:
Weinig fotografen denken bij natuurfotografie aan het gebruik van een flitser. Toch is de flitser hier net zo belangrijk als in de andere takken van de fotografie. Het eindresultaat van je flitsfoto staat of valt met een goede techniekbeheersing. Bestudeer daarom de handleiding van je flitser grondig. Kijk ook in de Kennisbank van Fotografie.nl, hier vind je reeds een aantal goede artikelen over de techniek van het flitsen. Maar wanneer gebruik je de flitser nu in de natuur?
Flitsen over grotere afstand.
Ook bij natuurfotografie maken we gebruik van flitslicht om schaduwen op te helderen en om het beeld meer zeggingskracht te geven. Het onderwerp bepaald hierbij hoe we het flitslicht gaan inzetten. Fotograferen we vogels in de vrije natuur, dan bevinden deze zich vaak op grote(re) afstand. Neem daarom een flitser met een hoog richtgetal, deze hebben een grotere reikwijdte. Om het bereik van de flitsers nog groter te maken, gebruiken we bij vogels vaak een Better Beamer. Deze bundelt het licht in een smalle straal, waardoor het bereik groter wordt. Voor dit soort fotografie stel je de flitser in op de High Speed modus. Dat wil zeggen dat je de flitser bij alle sluitertijden kunt gebruiken en dus niet de standaard flits-synchronisatietijd hoeft te gebruiken.
Overdrijven leidt al snel tot onnatuurlijke situaties.
De opname is belicht volgens de belichtingsmeter in de camera, zonder rekening te houden met de flitser. Op de flitser stel je een belichtingscorrectie in van -1 tot -2 stops. Doe je dat niet, dan geeft de flitser te veel licht af waardoor het onderwerp te flets wordt. Experimenteer hiermee en overdrijf niet, want bij te veel flitslicht gaat het natuurlijke effect verloren.
Flitser los van de camera.
Om de indruk van natuurlijk licht te versterken, plaatsen we de flitser niet op de flitsschoen van de camera, maar verbinden deze met de camera via een kabel. Zo kunnen we het flitslicht uit een richting laten komen die het meest natuurlijk is voor het betreffende onderwerp. De flitser kan daarbij eventueel in de hand gehouden worden. De kabel is voor alle camera/flits combinaties aan te schaffen. Samen met de Omnibounce wordt je flitsfotografie voor weinig geld veel flexibeler.
Met de flitser dichterbij.
Flitslicht gebruiken we ook om onderwerpen dichtbij op te helderen of van meer kleur te voorzien. Inflitsen van onderwerpen die zich dicht bij de camera bevinden leveren vaak harde slagschaduwen op wat tot een onnatuurlijk effect leidt. Daarom gebruiken we in deze situatie liever een softbox of difussor. Het directe flitslicht wordt dan mooi verzacht en levert een realistischer beeld op. Softboxen zijn over het algemeen niet alleen duurder maar ook een stuk groter. Een difussor zoals de Omnibounce is echter gemakkelijk te bevestigen en geeft al snel resultaat.
Nog dichterbij (close-up).
Natuurlijk kunnen we de flitser ook gebruiken in het macro- en close-up gebied. We bevinden ons dan slechts enkele centimeters of decimeters van het onderwerp. Ook hierbij geldt dat we het licht goed moeten doseren. Overdrijven leidt al snel tot onnatuurlijke situaties.
Tip 3: Neem je tijd en wacht op mooi licht
Sommige beelden blijven je bij, staan op je netvlies gebrand. Zo zag ik vandaag een nieuwsfoto van een amateur, waarbij een dronken man in de auto inrijdt op een peloton van fietsers en mensen vliegen door de lucht... De foto was onscherp en in kleine resolutie, maar het beeld deed me wat en dat is wat telt."
"Het grote probleem van digitaal fotograferen is dat mensen minder nauwkeurig kijken.
Fototip: Neem je tijd, wacht op mooi licht en loop om je onderwerp heen, buig door je knieën, ga op je tenen staan en bekijk hoe de foto het beste kunt maken. En gebruik de onderdelen die belangrijk zijn in de fotografie: licht, compositie en emotie. Waarbij ik de laatste het meest belangrijk vind: emotie!"
Tip 4: Landschappen
Goede landschapsfotografie vereist veel aandacht, gevoel voor omstandigheden en kennis van techniek. Hoe pas je in de praktijk de regels voor techniek en compositie toe?
Zorg dat je het gebied waar je gaat fotograferen goed kent. Dan weet je waar de mooie plekjes zijn en waar het licht opvalt.
Ga er op uit met het juist weer. Vaak kun je de mooiste landschapsfoto's maken op dagen dat het weer erg onrustig is. Dan zijn er mooie wolken en soms geweldige lichtomstandigheden. Als het NW-wind is is het vaak het mooiste landschapsfoto-licht.
Gebruik meerdere lenzen. Vaak wordt een landschapsfoto spannend als je juist met een telelens een klein stukje van het landschap laat zien. Probeer dus niet te veel van het landschap te laten zien. Minder is meer!
Ga vooral 's ochtends vroeg of s'avonds laat op pad. dan is het licht warm en krijg je veel meer sfeer in je landschapsfoto.
Zorg altijd voor een richtpunt in je foto. Dwz een soort blikgeleiding waarbij je de kijker loodst naar een punt in de verte. dat kan een boom zijn, een huisje of een wolk!
Gebruik altijd een statief. Daar krijg je scherpere foto's van maar ook voel je je meer fotograaf waardoor je meer de tijd neemt om een compositie te bepalen.
Landschapsfoto's moeten lekker kijken. Gebruik daartoe de opbouw van links naar rechts. Zo lezen we boeken en kijken we foto's. Vaak is daarom het belangrijkste onderwerp (lees: richtpunt) rechts in beeld geplaatst.
Probeer een landschapsfoto van te voren te visualiseren door vaak een gebied in te gaan. Dan moet je nog geluk hebben met de omstandigheden (weer, licht) maar je zult zien dat je daardoor betere foto's gaat maken!
Tip 5: Foto's kwijt
Een probleem dat iedereen kan overkomen. In het ergste geval betreft het een unieke foto van op vakantie ergens in een exotische plaats met die schitterende zonsondergang, of die zeldzame vogel die je met oneindig veel geluk of geduld op de foto gekregen hebt…. Je kijkt uit naar het zien en bewerken van de resultaten, en terug van vakantie of fotoshoot rep je je direct naar de pc om ze te bekijken. Maar wat blijkt… je vindt je foto’s niet meer terug…..is dat het einde van je foto’s?
Geen paniek… Nog niet alles is verloren. Lees gerust even verder.Hoe werkt de opslag van digitale foto’s?De manier van opslaan lijkt heel sterk op het opslaan van bestanden op de harde schijf van een pc. Net als een harde schijf heeft een geheugenkaart een soort indexbestand of inhoudsopgave waarin staat waar welke foto staat. Aan de hand van dit indexbestand kan een programma de nulletjes en eentjes lokaliseren van een bestand en zo de foto weergeven. Als je nu een foto van de geheugenkaart verwijdert, wordt niet de foto verwijderd maar wel die verwijzing in het indexbestand. Daardoor kunnen op die plek weer andere foto’s beschreven worden. Bij een onleesbare geheugenkaart is het niet altijd de foto zelf die niet leesbaar is, maar vaak alleen de index. Met bepaalde software kan je de geheugenkaart doorzoeken en foto’s herstellen of terughalen.
Het redden van foto’s
Er zijn verschillende programma’s die je met deze taak kunnen helpen.
Eén van de meest bekende is vermoedelijk wel het gratis programma “Pc Inspector Smart Recovery” dat men kan downloaden op: www.pcinspector.de
Na het installeren van dit programma schrijft deze alles van het geheugenkaartje naar je harde schijf. Pc Inspector Smart Recovery kan verschillende bestandsformaten herkennen, waaronder jpeg en tiff. Nadat je aangegeven hebt op welke plek de geheugenkaart zich bevindt en in welk bestandsformaat de foto’s zijn opgeslagen, kan je de herstelprocedure starten.
De foto’s die hersteld zijn kan je even later bekijken in het mapje dat je gekozen had om ze op te slaan. Als dit niet werkt, kan je via een nog grondigere analyse van het kaartje proberen de foto’s te redden.
Als het herstelprogramma gelukt is en de foto’s op je harde schijf staan, is het altijd best de geheugenkaart te formatteren. Dit doe je ook best in de camera zelf.
Uiteraard zijn er meer programma’s op de markt. Zo is er van Sandisk bijvoorbeeld het Sandisk’s Rescue Pro ( http://www.sandisk.com/retail/rescuepro.asp ).
Nog een aantal andere, betalende, programma’ s op een rijtje:
PhotoRescue: http://www.datarescue.com/photorescue/
Object Rescue: http://www.objectrescue.com/
Digital Photo Recovery: http://www.photosrecovery.com/digital_photo_recovery.htm
Voorkomen is natuurlijk beter dan genezen; zorg er dus voor dat je je geheugenkaart altijd in de camera formatteert. Dit voorkomt al heel wat problemen.
Succes ermee. Hopelijk heb je zo weinig mogelijk nood aan deze software.
Kleurentestkaarten:
http://www.drycreekphoto.com/images/Charts/MacbethCC-sRGB.jpg
http://www.spronkey.com/sdc-gradients.png

|